| Het Amerikaanse plan voor het Midden-Oosten |
|
|
|
| maandag, 23 februari 2009 01:15 |
|
In de voorbije maanden heeft de regering Bush meer en meer van haar plannen voor Irak geopenbaard. Zo was er al eerder het rapport van de "Iraq Study Group" dat de regering diende te adviseren over de weg voorwaarts. Parallel hieraan mobiliseerden de Verenigde Staten hun marionetten in Egypte, Syrië, Saoedi-Arabië, Iran, Irak en de Golfstaten, om de ten uitvoer brenging van deze plannen mogelijk te maken. De Verenigde Staten hopen met de hulp van hun marionetten in het Midden-Oosten het gehele gebied opnieuw in te richten, tot in lijn met hun geostrategische belangen. De indeling van de regio zoals die nu is, is in grote lijnen de uitkomst van het verdrag van Sykes-Picot van 1916 tussen Groot-Brittannië en Frankrijk. Het gebied van het Midden-Oosten is als zodanig opgedeeld in lijn met de belangen van deze twee landen destijds, en niet in lijn met de belangen van de Verenigde Staten nu. In Amerika bestaat nu het idee dat de tijd is gekomen om hier verandering in aan te brengen, om het gebied van het Midden-Oosten opnieuw in te delen zoals dit goed is voor Amerika. In het nu volgende zullen de kernpunten van de Amerikaanse strategie hiertoe uitgelegd worden aan de hand van de politieke gebeurtenissen in Palestina, Irak en Iran.
Palestina De inspanningen van Amerika's Minister van Buitenlandse Zaken Condolaeeza Rice om het zogenaamde "vredesproces" tussen de Palestijnen en Israël weer op gang te brengen - één van de voorstellen van de "Iraq Study Group" - bevinden zich vooralsnog op een dood spoor. In Israël is de regering-Olmert zeer onpopulair, en al geruime tijd verwikkeld in verschillende schandalen. Het valt maar te bezien of Olmert en zijn regering deze crises zullen kunnen overleven. In ieder geval gaat deze situatie ten koste van haar macht en invloed, en er wordt dan ook al openlijk gesproken en gediscussieerd over het uitschrijven van nieuwe, vervroegde verkiezingen, en over de mogelijke samenstelling van een nieuwe regering. Dit maakt duidelijk dat de ten uitvoer brenging van wat eerder onder de "Road Map" tot vrede overeengekomen is, wat Rice ten doel heeft, niet anders dan significante vertraging op kan lopen. Bovendien, ondanks de zwakte van de regering Olmert gaat onder deze regering, evenals onder vorige, de bouw van nieuwe illegale nederzetting op de West-Bank onverminderd voort. De interesse van Israël gaat niet uit naar vrede met de Palestijnen maar naar uitbreiding van de staat Israël. Vandaar ook de verklaringen van Israëlische zijde direct na de aankondiging van een Midden-Oosten top in Annaheim (nabij washington) dat vrede hierdoor niet gerealiseerd zal kunnen worden. Dit ondermeer in de hoop de veroverde gebieden voor de lange termijn te kunnen behouden. Maar ook wordt middels de verdere inname van land de mogelijkheid voor de resterende Palestijnen in het gebied om te overleven steeds kleiner, waarmee Israël hoopt de emigratie van Palestijnen te kunnen aansporen. Ten slotte ziet Israël in ieder stuk land een munt die tijdens onderhandelingen op tafel gelegd kan worden. Hoe meer land Israël onder controle brengt hoe minder zij heeft te verliezen in de toekomst. Derhalve hoopt Israël het Amerikaanse plan tot wederopname van de zogenaamde vredesbesprekingen te kunnen ondermijnen. Hiertoe probeert Israël middels verschillende verklaringen de schijn op te houden dat zij vrede en samenleven met de Palestijnen wenst. Deze tactiek, om het altijd te doen voorkomen alsof het vredesproces ondersteund wordt terwijl gelijktijdig geprobeerd wordt de Palestijnen te provoceren tot het verrichten van gewelddadige handelingen om dan iedere vorm van onderhandelingen te kunnen stopzetten, is een primair onderdeel van de Israëlische politieke strategie in deze zaak. En zo moeten ook de recente gebeurtenissen in Gazza, wat de Israëli's langzaam dood proberen te laten gaan door het voedsel, medicijnen en brandstof/electriciteit te onthouden, bezien worden.
Desalniettemin, sinds de verkiezingswinst van Hamas heeft Olmert de "bedreiging van de veiligheid van Israël" door deze groep keer op keer ter sprake gebracht, en hieraan toegevoegd dat Hamas "het bestaansrecht van Israël niet erkent". Hierdoor probeerde Israël deze nieuwe regering van nationale eenheid, en daarmee het vredesproces, al vroegtijdig de wind uit de zeilen te nemen. Echter, de nederlaag van Israël in de oorlog met Hizbollah deed Olmerts invloed verdwijnen en maakte het mogelijk voor de Verenigde Staten om hernieuwde invloed op het vredesproces op te nemen. Nadat Hamas milities in gewapende strijd het gebied van Gazza onder hun controle brachten - waarbij de milities van Fatah zonder te vechten vertrokken, op instructies van Fatah leider Abbas - viel de regering van nationale eenheid uiteen. Nu proberen de Verenigde Staten Gazza onder immense economische en politieke druk te plaatsen. Tegelijkertijd, op de West Bank die onder controle van Fatah staat stroomt het Amerikaanse en Israëli geld binnen. Hierdoor wordt geprobeerd Hamas ertoe te bewegen op te gaan in Fatah, zonder dat de statuten van Fatah wezenlijk veranderd worden. Onder het Amerikaanse plan moet Hamas nu, na haar acceptatie van de bezetting van Palestina door de zionisten, vanwege haar Islamitische reputatie simpelweg ophouden te bestaan. Zodat de Palestijnen in de toekomst in het politieke leven enkel nog kunnen kiezen tussen seculiere partijen. Hierna moet Abbas nieuwe verkiezingen uitschrijven die hij zal winnen, om dan ten slotte als onbetwist leider namens alle Palestijnen een nieuwe vredesverdrag te tekenen met Israël. Een belangrijk obstakel bij dit alles is echter dat dit, al blijft in de Amerikaanse "2-staten oplossing" zo goed als niets over voor Palestijnen, reeds te veel is voor Israël. Irak Het Amerikaanse plan voor Irak probeert een opdeling van Irak te realiseren, met een staat voor de Koerden in het noorden, een aparte staat in het door de sji'ieten gedomineerde zuiden, alsmede een aparte staat in het gebied hiertussen - waaronder Bagdad - waar de bevolking meerendeels uit soennitische moslims bestaat. Recent nog heeft het Amerikaanse Congres een wet aangenomen hieromtrent, waardoor dit plan officieel overheidsbeleid is geworden. Zij deed dit om te reactie op haar plan te polsen in Irak zelf, maar belangrijker nog bij de andere landen met interesses in de regio zoals Frankrijk en Groot-Brittannië. In de uiteindelijk te creëren landen zouden voor de lange termijn omstreeks 70.000 Amerikaanse gelegerd moeten blijven, om het gebied onder Amerikaanse controle te kunnen houden en om een strategisch voordeel voor de Amerikanen te garanderen bij mogelijke conflicten in het grotere Midden-Oosten in de toekomst. Te denken valt aan conflicten met de andere imperialistische landen om de heerschappij in landen als Turkije, Syrië, Saoedi-Arabië en Iran, of de terugkeer van de veel gevreesde Khilafa-staat. Alhoewel de Amerikaanse troepen het noorden en zuiden van Irak in redelijke mate controleren, door de collaboratie van de Koerdische en sji'itische politici aldaar, vinden ze zich in het centrum van het land - de zogenaamde soennitische driehoek -met zware tegenstand tegen haar aanwezigheid geconfronteerd. Een tegenstand die het Amerikaanse leger zware verliezen toe blijft brengen. In het politieke bereik probeert Amerika de verschillende verzetsgroeperingen achter zich te krijgen door financiële en politieke beloftes te doen. Rijkdom en posities van macht en invloed worden in het vooruitzicht gesteld voor degene die de weerstand tegen de bezetting verlaten en in plaats hiervan meewerken met de Amerikanen. Het lot van "sjeich" Abdoel Sattar Aboe Risja, in de media gepresenteerd als een vooraanstaand stamhoofd in Al Anbar die naar de kant van Amerika was overgestoken, heeft duidelijk gemaakt dat ook deze beide benaderingen vooralsnog grotendeels zonder succes zijn gebleven. (Aboe Risja werd gedood bij een aanslag slechts enkele dagen nadat hij voor het oog van de wereld de hand had geschud van president Bush. Na zijn dood werd duidelijk dat Aboe Risja veel minder een vooraanstaand stamhoofd in Al Anbar was als wel een goedkope bandiet.)
Bij de foto: George Bush met "sjeich" Abdoel Sattar Aboe Risja Ook het kamp rondom Moqtada Al Sadr heeft de opdeling van Irak afgewezen, en vormt daardoor een bedreiging voor het Amerikaanse plan zowel in Sadr City - de wijk van 2 miljoen mensen in Bagdad - als in het door de sji'iten gedomineerde zuiden van Irak. Het nu reeds maanden durende Amerikaanse offensief tegen het verzet in Irak, de welbekende "troop surge", heeft als doel dit verzet van zowel soenni als sji'i tegen de opdeling van Irak te breken. Het doelwit van dit offensief zijn vooral het door het Mehdi-leger van Al Sadr gedomineerde sji'itische Sadr City in Bagdad, en Haifa-straat en de Al Anbar provincie waar veel van het soennitische verzet zich bevind. Verschillende brute Amerikaanse aanvallen hebben hier reeds plaatsgevonden, op manieren vergelijkbaar met de aanval op en belegering van Falloejah. In het diplomatieke bereik probeert Amerika nu Syrië en Iran te betrekken bij de ten uitvoer brenging van haar plan. Syrië moet middels haar relaties met de voormalige Ba'ath-partij in Irak het verzet tot beëindiging van hun strijd aanzetten, en Iran moet haar invloed aanwenden om het sji'itische verzet te doen stoppen. Zo hoopt de regering Bush stabiliteit in Irak tot stand te kunnen doen brengen, wat zij noodzakelijk acht om het plan tot opdeling van Irak tot stand te kunnen doen brengen. Om dit plan verder vooruit te helpen worden regelmatig Irak-conferenties georganiseerd onder door Amerika, waarvoor vooral de marionetten van de westerse belangen in de regio - de leiders van Turkije, Syrië, Jordanië, Koeweit en Saoedi-Arabië - worden uitgenodigd. Door de conferenties moet de dominante Amerikaanse invloed in ieder van de drie te creëren gebieden verzekerd worden. Op dit moment echter, is het verzet tegen de Amerikaanse bezetting uiterst succesvol. Het deel van het Amerikaanse plan dat leunt op een militaire overwinning in Irak ligt dus grotendeels in het water. Dit is ook de inschatting van de huidige situatie door de "US National Intelligence Estimate" en de "Council of Foreign Relations". De Amerikaanse regering plant derhalve, als alternatief, om een deel van haar troepen uit Irak terug te trekken en om tegelijkertijd de verantwoordelijkheid voor Irak over te dragen aan de door haar geïnstalleerde marionetten regering. De mislukking van gedegen bestuur die dan zal resulteren zal gebruikt worden om alsnog een opdeling van Irak te bewerkstelligen, door dit te presenteren als de enigste manier om stabiliteit in Irak tot stand te kunnen brengen. De schijnbare weerstand tegen de Amerikaanse aanwezigheid in Irak van de zijde van de Amerikaanse Democratische Partij is ingegeven door de komst van presidentiele verkiezingen in 2008. In de praktijk delen zowel de Republikeinen als de Demoraten eenzelfde toekomstvisie voor het Midden-Oosten, een visie waarin Amerika er de dienst uit zal moeten maken. Deze lezing van zaken wordt bevestigd door het feit dat het Amerikaanse Congres ook sinds het gedomineerd wordt door de Democraten niets heeft gedaan tegen de oorlog in Irak, maar integendeel al de plannen van de regering Bush heeft ondersteund door de financiering ervan mogelijk te maken. De Democraten hebben de oorlog in Irak enkel tot een onderwerp gemaakt om de reputatie van de Republikeinen kapot te maken, waardoor zijzelf de presidentiële verkiezingen van 2008 zullen kunnen winnen. Derhalve spreken de Democraten van "mismanagement" van de oorlog door de regering Bush. De aankondiging van Amerika's Minister van Defensie Robert Gates dat in de komede vijf jaren nog minstens 92.000 Amerikaanse soldaten gestationeerd zullen moeten blijven in Irak, zonder dat dit enige serieuze discussie opwekte, maakt verder duidelijk dat zowel Republikeinen als Democraten eenzelfde visie voor de toekomst van Amerika in Irak delen. Iran Een aantal feiten kunnen tot de conclusie doen komen dat Amerika kort voor een invasie van Iran staat. Zo zijn er bijvoorbeeld de harde Amerikaanse woorden die Iran beschuldigen van "bemoeienissen in Irak", de gevangenname van Iraanse diplomaten in Irak door de Amerikanen, de stationering van verdere Patriot-afweerraketten en een tweede Amerikaans vliegdekschip in de Perzische Golf, en natuurlijk het door de Amerikanen aangezwengelde conflict betreffende "Iraanse pogingen tot ontwikkeling van nucleaire wapens". Tegelijkertijd, echter, probeert de regering Bush de internationale gemeenschap ervan te verzekeren dat Amerika geen plan heeft voor een aanval op Iran. Zo zei president Bush op 29 januari, 2007: "Ik ben niet van plan Iran aan te vallen. (...) Ik weet niet hoe mensen op het idee kunnen komen dat maatregelen ter bescherming van onze soldaten duiden op aanvalsplannen tegen Iran. (...) We zullen onze belangen in Irak beschermen. Precies dat is wat het Amerikaanse volk van ons verwacht." Op 9 februari bevestigde Robert Gates de woorden van Bush: "Ik weet niet hoe vaak de president, minister van Buitenlandse Zaken Rice en ik nog herhalen moeten dat we niet werken aan een plan ter aanval van Iran." Onderwijl verklaarde de woordvoerder van het Iraanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, Seyyid Mohammad Ali Hoesseini, op 28 januari, 2007, dat Iran een officiële brief had ontvangen van de Amerikaanse regering. Hij liet het echter na verdere details betreffende deze brief naar buiten te brengen. Alhoewel de Iraanse regering in de openbaarheid dus gebrandmerkt wordt door Amerika, bestaan er eveneens aanwijzingen dat de Amerikaanse belangen in Iran, Irak en Afghanistan door delen van het politieke establishment in Iran beschermd worden. Een voorbeeld hiervan is de druk van de zijde van enkele conservatieve figuren binnen het Iraanse leiderschap op president Ahmedinejad om bij de discussie rondom het Iraanse atoomprogramma zijn toon te matigen. In Irak biedt Teheran massale ondersteuning aan het pro-Amerikaanse SCIRI, de sji'itische politieke partij van ayetollah Hakim, en de Badr-brigades, die in het Amerikaans plan voor Zuid-Irak een grote rol spelen. En in Afghanistan speelt Iran een wezenlijke rol bij de plannen tot wederopbouw, vooral in Kaboel, Herat en Kandahar. Hierdoor is het Iran vooralsnog gelukt om de verspreiding van de opstand in Pashtoen, een deel waarvan buiten Afghanistan in Iran ligt, te voorkomen. De vraag is derhalve, hoe moet men de tegenstrijdige berichten betreffende Iran uit Washington interpreteren? Samenvattend kan gezegd worden dat de Verenigde Staten proberen twee van elkaar verschillende kernideeën over hoe met Iran om te gaan, onder een paraplu te verenigen. Vooral de zionistische lobby en de neo-conservatieve beweging staan een meer confronterende houding en zelfs militaire acties voor, enerzijds vanwege het door hen veronderstelde nucleaire programma van Iran en anderzijds vanwege de Islamitische reputatie van Iran. De meer pragmatisch ingestelde politici rondom Baker-Hamilton (voorzitters van de "Iraq Study Group") staan een benadering van Iran voor waar geprobeerd wordt deze op te nemen in de groep van bevriende staten in de regio. De groep rondom Baker-Hamilton is van mening dat de regering Bush zich in haar buitenlands beleid teveel laat leiden door het principe van "Israël Eerst", waardoor de belangen van Amerika wel eens ondergeschikt worden gemaakt aan de belangen van Israël. Het conflict tussen beide kampen in de administratie van de Verenigde Staten voor wat betreft de politiek ten opzichte van Iran sijpelt ook door in de VN-veiligheidsraad, die van Iran eist dat zij de verrijking van uranium stopt. Momenteel lijken de pragmatische politici de bovenhand te hebben en is een militaire bedreiging van Iran door de Amerikanen in werkelijkheid niet aan de orde. In plaats hiervan is er druk op Iran om mee te werken aan het Amerikaanse plan voor de regio. Dit Amerikaanse plan omvat Iran, Afghanistan en Libanon, en de uranium-kwestie is veeleer een middel om Iran onder politieke druk te zetten. Officieel wil Amerika met Iran over dit onderwerp - haar uranium verrijking - spreken. Zo is normalisatie van de relatie tussen beide landen effectief op de agenda gekomen, en dit is een stap in de richting van opname van Iran in het Amerikaanse plan. Amerika wil Iran gebruiken om ondermeer de volgende doelstellingen te realiseren:
Het is belangrijk om in te zien dat zelfs waneer de Amerikaanse regering over zou gaan tot militaire actie tegen Iran, dat ook dit dan haar eigen doelen zou dienen (in antwoord op de mensen die beweren dat de superstaat Amerika aan de lijband zou lopen van Israël). Een beperkte militaire actie zou de fractie in de Amerikaanse politiek die een beleid van "Israël Eerst" voor staat tevreden stellen en kalmeren, maar het zou ook het regime in Iran steviger in het zadel doen laten komen. Hierdoor zou zij een verdere rechtvaardiging hebben om de steun aan sji'itische groeperingen in Irak te versterken die loyaal zijn aan Iran. In zoverre zelfs dat een sji'itische opstand voor creatie van een eigen staat in het zuiden van het land een mogelijkheid wordt, waarmee het Amerikaanse plan voor het algehele Midden-Oosten feitelijk ondersteund zou worden. Een verder doel van dit Amerikaanse plan is namelijk om Iran, en mogelijke andere sji'itische staten, militair op te bouwen in voorbereiding op de komst van de Khilafa-staat. De plannen van Europa Werkelijke macht is op drie pijlers gebaseerd: militair, economisch en politiek. In vergelijking met Amerika beschikt geen enkel land over militaire macht. De Amerikaanse militaire macht ligt mijlen ver voor op de militaire macht van alle andere landen. Amerika baseert een groot deel van haar strategie op de militaire macht, zij laat niets in haar weg staan. Echter, dit betekent niet dat Groot-Brittannië zich neergelegd heeft bij het spelen van tweede viool achter de Amerikanen. Voor Groot-Brittannië was deze verhouding reden om als strategie te nemen het volgen van Amerika in het openbaar, tegelijkertijd Amerika bestrijdend in het verborgene. In afwezigheid van een militaire macht vis-à-vis de Amerikanen vertrouwt Groot-Brittannië op haar politieke macht in de wereld, haar agenten en haar politieke sluwheid, om Amerika te bestrijden. Dus terwijl Groot-Brittannië in het openbaar Amerika volgt werkt zij hard om de Amerikaanse plannen te laten mislukken. Een van de manieren waarop Groot-Brittannië de Amerikaanse plannen probeert te dwarsbomen is door de reputatie van Amerika in de wereld kapot te maken, ondermeer via zenders als Al Jazeerah. Groot-Brittannië probeert de wereldopinie te doen laten keren tegen Amerika, iets waarin zij lijkt te zijn geslaagd. Tegelijkertijd probeert Groot-Brittannië bij de Amerikanen de duimschroeven aan te draaien waar en wanneer zij kan. Zoals nu bijvoorbeeld door sneller dan gepland haar troepen uit het zuiden van Irak terug te trekken. De Amerikaanse bezettingstroepen kennen reeds de grootst mogelijke moeite om in Centraal-Irak staande te blijven. Door de Britse troepen terug te trekken uit het zuiden ontstaat de mogelijkheid dat ook daar de onlusten en instabiliteit verder zal toenemen, wat een verdere belasting voor het Amerikaanse leger zal gaan vormen. Een andere manier waarop Groot-Brittannië probeert het Amerika lastig te maken is door continue verdere instabiliteit aan te wakkeren in juist die gebieden die Amerika denkt onder controle te hebben. Bijvoorbeeld Koerdistan, Soedan (Darfoer), eerder al India en nu natuurlijk Pakistan. De Britse strategie tegenover Amerika, met andere woorden, is om mee te gaan en te wachten tot het moment waarop het Britse mes in de rug van Amerika gepland kan worden. Het Frankrijk onder Chirac, daarentegen, speelde de rol van openlijke tegenstander van Amerika. Ook Frankrijk beschikt in vergelijking met Amerika niet over een noemenswaardige militaire macht, en ook zij probeert daarom middels haar politieke agenten en het bespelen van de wereldopinie de Amerikanen te dwarsbomen. Echter, waar Groot-Brittannië dit spel speelde op de achtergrond, daar speelde Frankrijk dit spel nadrukkelijk op de voorgrond. Haar weerstand tegen de Amerikaanse plannen was duidelijk en open, voor iedereen waarneembaar. De specifieke aandacht van Frankrijk ging uit naar Libanon omdat het land daar een historische band meet heeft (de maronieten-christenen van Libanon). Middels Libanon probeerde Frankrijk in het Midden-Oosten vaste voet aan de grond te krijgen, in de hoop vanuit daar dan verder te kunnen werken. Recent gebeurtenissen, echter, wekken de indruk dat met de politieke veranderingen in Frankrijk, waar Sarkozy de nieuwe premier is als opvolger van Chirac, en Groot-Brittannië, waar Gordon Brown de positie van Blair heeft overgenomen, de twee van rol gewisseld zijn in de internationale politiek. Onder Sarkozy probeert Frankrijk zich te bewegen tot meer nabij aan Amerika, terwijl Groot-Brittannië juist verder weg drijft van Amerika. In andere woorden, Frankrijk probeert de partner van Amerika te worden die Groot-Brittannië onder Blair was, terwijl Groot-Brittannië meer de positie begint in te nemen van het Frankrijk onder Chirac, die van openlijke tegenstander van de Amerikaanse plannen. In de plannen van beide landen tegen Amerika speelt Iran, naast Libanon, een belangrijke rol. Zowel Frankrijk als Groot-Brittannië proberen Amerika aan te zetten tot een invasie van Iran, in de hoop dat door nog een extra oorlog het Amerikaanse leger aan de belasting ten onder zal gaan in alle gebieden waar zij actief is (Afghanistan, Irak, Afrika). Frankrijk speelt dit spel door een bijzonder agressieve houding aan te nemen tegenover Iran terwijl Groot-Brittannië probeert diplomatieke schandalen op poten te zetten, zoals toen Britse zeelieden gevangen werden genomen door Iran nadat zij Iraanse territoriale wateren waren binnengetreden (waarbij Blair openlijk de mogelijkheid op een Britse aanval op Iran besprak). |


